RIGO Research en Advies BV - De bewoonde omgeving

Over regio’s en kerngebieden

14-12-2015

Door: Thierry Wever Sjoerd Zeelenberg André Buys

Als het aan de regering ligt, moeten woningcorporaties hun nieuwbouw- en aankoopactiviteiten (weer) beperken tot één woningmarktregio. Dat is lastiger dan het lijkt.

Neem alleen al het afbakenen van een regio. Het is niet zo moeilijk om als gemeente(n) vast te stellen met welke andere gemeenten de sterkste bindingen bestaan. Dat kan met behulp van migratiestatistieken. Je moet dan nog wel corrigeren voor verschillen in gemeentegrootte en voor fluctuaties door de tijd, maar daar bestaan oplossingen voor. Wat je dan ziet, is dat elke gemeente steevast de sterkste banden heeft met de directe buurgemeenten en dat de binding afneemt naarmate de afstand toeneemt. Afbakening is dan nog slechts een kwestie van een centrumgemeente kiezen, andere gemeenten rangschikken naar afnemende binding en ergens eens knip leggen. Simpel toch?

Het lastige is, dat iedere gemeente goed beschouwd het centrum is van een eigen regio. Er bestaan al diverse regionale samenwerkingsverbanden rondom grotere steden, zowel bestuurlijk als waar het de woonruimteverdeling betreft. Altijd blijkt, dat gemeenten aan de rand van zo’n regio ook heel sterke bindingen hebben met hun buurgemeenten die net buiten de regio liggen.

 Het wordt nog ingewikkelder als je een corporatie hebt die bijvoorbeeld monopolist is in één gemeente, maar tegelijkertijd het gros van haar bezit heeft in andere gemeenten (net buiten de regio), als de investeringscapaciteit van de corporaties verschilt of als de noodzaak voor uitbreiding van de voorraad groot of juist heel klein is. De minister biedt corporaties oplossingen in de vorm van ontheffingen. Dit brengt echter voor gemeenten onzekerheden met zich mee: wordt de noodzakelijke ontheffing afgegeven en voor hoelang?

Probeer dan nog maar eens tot een rationele - geografische - beperking van corporatieactiviteiten te komen. RIGO helpt, door de verhoudingen en samenhangen scherp in kaart te brengen, door voors en tegens af te wegen, en door deze met betrokken partijen te bespreken. Dit alles uiteindelijk resulterend in een voorstel aan de minister, in te dienen op 1 juli aanstaande.

Meer nieuws

Eerdere nieuwsbrief