RIGO Research en Advies BV - De bewoonde omgeving

Prestatieafspraken: ga het over de inhoud hebben!

8-9-2014

Door: Thierry Wever

Met de nieuwe Woningwet komen prestatieafspraken straks tot stand via een ‘bod op de woonvisie’. Wat is nieuw en hoe dit aan te pakken?

Met de nieuwe Woningwet komen prestatieafspraken straks tot stand via een ‘bod op de woonvisie’. Wat is nieuw en hoe dit aan te pakken? Met het van kracht worden van de nieuwe Woningwet, of eigenlijk de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (naar verwachting in 2015), wijzigt de samenwerkingsrelatie tussen gemeente en woningcorporaties. Prestatieafspraken krijgen hierin een meer prominente rol. De corporatie wordt geacht naar redelijkheid bij te dragen aan de uitvoering van het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid, de gemeente inzicht te geven in de wijze waarop zij dit denkt te doen en vervolgens de gemeente uit te nodigen om te komen tot afspraken. Hiermee wordt een instrument dat al in 2005 bedacht is in de beleidsvisie op de toekomst van woningcorporaties van toenmalig Minister Dekker geherintroduceerd: het ‘bod op de woonvisie’. Met dat verschil dat het maken van prestatieafspraken niet langer vrijblijvend is. Hoewel er van een harde resultaatverplichting geen sprake is, is de verwachting dat de wet voldoende ‘druk’ op gemeenten en corporaties zet om prestatieafspraken te maken.

Uit een experiment van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (het huidige Platform 31) is eerder al gebleken dat prestatieafspraken het best tot stand komen wanneer partijen samenwerken, te beginnen bij het opstellen van een woonvisie. Samenwerken op basis van vertrouwen blijkt productiever dan concurreren op basis van rivaliteit. Ook in de nieuwe context lijkt ons dit een gezond vertrekpunt. Per slot hebben gemeenten en corporaties dezelfde doelen voor ogen en kunnen zij niet zonder elkaar in het realiseren hiervan. Prestatieafspraken maken de investeringsruimte niet groter, maar zijn een instrument om keuzen te bediscussiëren, vast te leggen en te voorzien van een gezamenlijke strategie (waar partijen elkaar vervolgens op aan kunnen spreken). Het helpt ook om te denken over prikkels voor de ander om daar te investeren waar jij dat belangrijk vindt.

Bij het maken van prestatieafspraken is het dan ook zaak om eerst met elkaar in gesprek te gaan over de inhoud. Meer bijzonder de gedeelde opgave en de wijze waarop je als gemeente en corporaties afspraken wilt maken. Prestatieafspraken dienen immers niet het belang van de gemeente of de corporatie; het gaat om wat de bewoners nodig hebben om fatsoenlijk en betaalbaar te kunnen wonen. Betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit dus. De beperkte middelen bij gemeenten en corporaties maken keuzen nodig: willen we meer investeren in kwaliteit, ook al zijn daarvoor extra huurverhogingen nodig? Zo ja, voor wie is die kwaliteit nodig? Welke groepen of gebieden zouden we willen ontzien bij huurverhoging? Ook de link met zorg zal de komende jaren prominenter naar voren komen: onder welke condities kunnen garantieafspraken worden gemaakt over beschikbaarheid van een geschikte woning (corporaties) en de levering van zorg en ondersteuning (gemeente)?

Het doen van een bod (en de onderhandeling hierover) vraagt om wederkerigheid in de afspraken en inzicht in elkaars investeringsruimte. Dit in de wetenschap dat de posities en verantwoordelijkheden van corporaties en gemeenten verschillen en dat niet in elkaars verantwoordelijkheden getreden kan worden. De uitdaging is er in gelegen om te verkennen waar deze wederkerigheid vergroot kan worden. Op het vlak van wonen met zorg is deze groter geworden met de decentralisaties. Het bieden van inzicht in elkaars ‘boeken’ maakt onderdeel uit van de onderhandeling over het bod. Hierdoor krijgen partijen een idee van de mogelijkheden en onmogelijkheden. Dat legt de dilemma’s bloot en dwingt partijen (bij voorkeur in gesprek) prioriteiten te stellen en te beargumenteren.

Meer nieuws

Eerdere nieuwsbrief